|
Water is uiterst waardevol. De schaarste van voldoende zuiver water maakt het zelfs steeds waardevoller. Ook de multinationale waterbedrijven hebben dit begrepen. In een ministeriële verklaring op het einde van het 3de Wereldwaterforum van maart 2003 te Kyoto werd verklaard dat de toegang tot water een basisbehoefte is (en geen recht) en dat water in de eerste plaats moet beschouwd worden als een economisch (en niet enkel als een sociaal) goed. Er werd ook verklaard dat water een economische waarde moet krijgen volgens de marktprijs die de inning van de totale productiekost toelaat (winst inbegrepen). Het beschouwen van water als economisch goed is van recente datum. Sinds de neoliberale golf van de jaren 80 geldt “de markt” als het ideale instrument voor een “efficiënte toewijzing” van goederen en diensten, ook voor levensnoodzakelijke diensten als water. Voor de Wereldbank en de meeste internationale organisaties is de privé-sector dus de meest geschikte actor om met zijn kapitaal, zijn technische en managementkennis de Millenniumdoelstellingen te bereiken. Ze menen bovendien dat private maatschappijen efficiënter kunnen functioneren en dat daardoor de kostprijs van het water zal dalen. De Wereldhandelsorganisatie steunt dan ook voluit het proces van liberalisering van de dienstensector en legt dit vast in de hier onder genoemde GATS-akkoorden. In het kader van SAP’s worden nu vele ontwikkelingslanden door het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank onder druk gezet om het beheer van hun watervoorziening te privatiseren. Dit onder meer om zodoende over de nodige fondsen te kunnen beschikken om de buitenlandse schuld te kunnen afbetalen. Toch heeft privatisering lang niet altijd het vooropgestelde resultaat geleverd. Studies tonen aan dat privé-bedrijven in een niet-concurrentiële markt (want veelal gaat het om een monopoliesituatie) niet noodzakelijk efficiënter zijn dan andere beheersvormen. Misbruiken en corruptie worden ook in de privé-sfeer vastgesteld. In veel gevallen in het Zuiden werd de waterprijs tot een veelvoud opgetrokken na privatisering van de drinkwatersector: vb. Bolivia, Argentinië, Filippijnen, ... . In maart 2006 bleek dat in EU-landen die de milieudiensten (waaronder de watervoorzieningen) liberaliseerden, de drinkwaterdistributie niet meer opgenomen werd. De Europese Commissie dringt dus niet langer meer aan op de liberalisering van milieudiensten in het kader van de gezamenlijke GATS-onderhandelingen. Het zou wel nog kunnen dat de Commissie in haar gesprekken met bepaalde landen afzonderlijk blijft aandringen op drinkwaterliberalisering. Bovendien bevat de gezamenlijke vraag nog wel de liberalisering van de afvalwaterzuivering. Aangezien deze dienst in vele landen onlosmakelijk is verbonden met de drinkwatervoorziening, kan het één een stap zijn in de richting van het ander. |
Zoek |