|
Op mondiaal vlak beschouwd blijft het percentage van “water-armen” ongeveer stabiel.
Ondanks de inspanningen die gedurende de twee waterdecennia geleverd werden om
iedereen tegen 2000 toegang te geven tot voldoende water, is er weinig vooruitgang
merkbaar.
Deze stagnatie heeft verschillende oorzaken:
- het beperkte niveau van investeringen binnen de sector, en dan vooral in de Derde
Wereld. Naar schatting moet jaarlijks ongeveer 25 miljard euro worden geïnvesteerd
om de Millenniumdoelstellingen rond water te behalen.
- de bevolkingsaangroei. Hierdoor stijgt het absoluut aantal mensen dat toegang heeft tot
drinkwater wel, maar procentueel treedt er geen verbetering op. Dit fenomeen
speelt vooral in de grote steden in Azië en Latijns Amerika, waar de
watervoorzieningen de snelle bevolkingsexplosie niet kunnen bijhouden.
- het slechte beheer en onderhoud van vele waterleidingen en –putten. Hierdoor moeten heel wat
financiële middelen en veel energie geïnvesteerd worden in herstellingen.
- het herdefiniëren van de rol van de Staat, vooral in het Zuiden. In de
jaren ’80 namen veel regeringen met wisselend succes de drinkwaterbedeling op zich. De Structurele AanpassingsProgramma’s (SAP's) die door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds werden opgelegd verplichtten de meeste regeringen echter hun sociale dienstverlening af te bouwen. In het huidige decentralisatieproces krijgen lokale overheden in het Zuiden nu de drinkwatervoorziening binnen hun takenpakket, maar hebben daarvoor veelal niet de middelen noch de vereiste know how.
- de kostprijs van drinkwater die dikwijls te duur is voor bepaalde bevolkingsgroepen in het Zuiden in vergelijking met hun inkomen. Hierdoor wordt een te groot aandeel van het inkomen aan water besteed (soms tot 20 %).
- de vaak ontbrekende toegang tot sanitaire installaties en een goede hygiëne. Natuurlijk is proper water een voorwaarde om op een gezonde manier met lichaam en directe leefomgeving om te gaan. Maar wie plots toegang krijgt tot drinkbaar water verandert niet onmiddellijk zijn hygiënische gewoonten. Ziekten als cholera, wormen en diarree kunnen dus rustig verder blijven woekeren. Het aantal ziekte- en sterfgevallen ten gevolge van de “watergebonden” ziekten kan slechts ernstig naar beneden worden gebracht door gelijktijdig drinkwater ter beschikking te stellen, voldoende sanitaire installaties te voorzien én de hygiënische gewoonten aan te passen.
|