Getuigenissen
Benin: leven met een veranderend klimaat
In Ouêdo-Wo - een dorp in Benin – ondervindt de bevolking keer op keer de effecten van de klimaatverandering. Het leven is er de laatste jaren in een nachtmerrie veranderd. Maar tegenwoordig groeit er langzaamaan weer hoop, dankzij het Nationale Actieprogramma voor Aanpassing aan de Klimaatverandering (PANA1) : leven met een veranderend klimaat blijkt toch mogelijk.Overstromingen |
|
90 mm*. Dat is de hoeveelheid regen die bij de laatste bui gevallen is in Ouêdo-Wo, Adjohoun, één van de demonstratiedorpen van het Beninse Nationale Actieprogramma voor Aanpassing aan de Klimaatverandering (PANA1). Het is een hoeveelheid water die de mogelijke opbrengst van meer dan 50 ha landbouwgebied zou doen verloren gaan, en zo een volledige gemeenschap in wanhoop zou achterlaten. De Beninse bevolking heeft echter geleerd uit haar ervaringen en weet zich aan te passen, hoe moeilijk dit ook lijkt. Vandaag groeien de boompjes goed: al de helft staat in bloei. Het bloeien van de planten na nauwelijks één jaar is wellicht te wijten aan het feit dat de plantjes reeds volgroeid en gemiddeld 50 cm groot waren. Ook de bijscholing van de boeren hielp hierbij. Thema’s waren de plantafstanden, het maken van de plantgaten en het planten zelf. Maar ook het onderhouden van het dorpsbos van Ouêdo-Wo, de ondersteuning bij de aanleg van kweekbedden voor rijst- en Spaanse peper, en het ploegen en verplanten van rijst volgens de SRI- methode (Systeem van Intensieve Rijstcultuur). Traditionele technieken“Wanneer we tot nu toe plantten, nam het water alles weg. We waren afhankelijk van de goede wil van de regengoden. We deden wat we konden en we kenden enkel het regenseizoen”, vertelt Félicien Houessou, het dorpshoofd, die zich de ellende voorafgaand aan het project nog goed herinnert. Behalve de herbebossingsacties, heeft het project vooral bijgedragen tot de ontwikkeling van korte-cyclus-zaden. De gemeentelijke verantwoordelijke voor de landbouwproductie, Adango Etienne, getuigt dat dankzij het programma de boeren bijvoorbeeld geen maïsvariëteiten meer gebruiken met een cyclus van 105 dagen, maar eerder variëteiten met een cyclus van 70 dagen. En in het droge seizoen worden traditionele technieken gebruikt. Bijvoorbeeld het onkruid na het wieden op het veld laten liggen om zo waterverlies te voorkomen of te verminderen. Met de korte-cyclus-zaden en de versterkte traditionele technieken zien de boeren hun opbrengst en rendement alleszins verhogen. En bijgevolg ook hun inkomsten. Waar hij vroeger 30.000 FCFA per seizoen overhield, zo getuigt Lucien Houessou, houdt hij nu tot 500.000 FCFA per seizoen over. |
|
Noot: |
|---|
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
4 jaar na elkaar water tot aan de lippen in zuidwest-Benin: zeer waarschijnlijk een constante door de klimaatverandering
François Affo Yao werkt bij de gemeente Athiémé (een PROTOS-partner) in Zuidwest Benin. Hij heeft veel ervaring in landbouw en milieu: "Tussen 1947 en 1995 veroorzaakte de rivier Mono in onze gemeente 5 grote overstromingen. Maar sinds 2005 komen die bijna elk jaar voor. Daardoor gaat telkens een deel van de oogst verloren. De hele teeltcyclus is ook verstoord door de veranderende regenval. Normaal kennen we twee regenseizoenen. Nu dreigt de productie tijdens het kleine regenseizoen te verdwijnen. Maar ook tijdens het grote regenseizoen staat de opbrengst onder druk, maar dan door overstromingen. Gevolg: kleinere bananentrossen, maniokwortels die rotten in de grond, enz. Bovendien spoelen wegen en bruggen weg. Huizen en zelfs hele wijken hebben te lijden onder overstromingen en erosie. De gehuchten Badagbohoué en Kpadéhoué zijn bijvoorbeeld verdwenen en Handjivi wordt een eiland telkens het water hoog staat."
Wetenschappelijke verklaring
In hun technisch document VI over “klimaatverandering en water” zeggen de wetenschappers van het IPCC: “Het is zeer waarschijnlijk dat de intensiteit van de neerslag bijna overal zal toenemen, maar speciaal in de tropische zones en in de hoogste breedtegraden. De extreme neerslag neemt bijna overal meer toe dan de gemiddelde neerslag.”
“Zeer waarschijnlijk” wil in dit document zeggen, meer dan 90% waarschijnlijk.
Dit is logisch te verklaren. Door de opeenstapeling van extra broeikasgassen, is de gemiddelde temperatuur op aarde in de laatste eeuw met al 0,7°C gestegen. Per 1°C is er 3% meer verdamping en evapotranspiratie van planten. Al deze extra waterdamp condenseert ergens, en behalve dat het dan harder regent, brengt deze condenserende waterdamp ook meer energie in de lucht. Vandaar ook dat de meer intense neerslag meestal ook gepaard gaat met meer wind. Stormen en cyclonen nemen in aantal toe. Meer overstromingen en meer schade door stormen worden ons deel, zowel in het Zuiden als in het Noorden. Alleen, de impact van deze fenomenen is veel groter in het Zuiden dan bij ons, omdat het Zuiden kwetsbaarder is.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Onregelmatigheid in de regenseizoenen: een catastrofe voor de landbouwers in Benin
Mr. Georges FANGNINOU is geboren in 1966 in de gemeente Aplahoué in het departement Couffo in het Zuidwesten van Benin. Hij is landbouwer en zaadfabricant.
« Ik heb in de praktijk kunnen vaststellen dat in de gemeente Aplahoué en meer specifiek in het gehucht Matekpe, waar zich mijn aanplantingen en verschillende velden bevinden, de regens niet onregelmatig waren in de jaren 1970-1980, en dat men altijd zaaide in maart. Maar tegenwoordig moet men het zaaien opschuiven naar mei, zoals dit jaar het geval was. Wanneer men bijvoorbeeld maar één regenvlaag krijgt in maart of april, kan men dan zeggen dat er genoeg regen is voor de landbouwer of nog erger voor een zaadkweker? Deze neerslagpatronen zijn echt ontoereikend om de nood aan water voor de planten in te vullen. Dit gebrek aan neerslag is schadelijk in alle stadia van de plantengroei. »
« De gevolgen van deze situatie zijn voor ons verschrikkelijk. De opbrengst aan maïs, het gewas dat hier hoofdzakelijk wordt geteeld, daalt aanzienlijk. In plaats van 3 à 4 ton opbrengst per hectare bij normale regens, komen we nu met moeite uit op één ton per ha. Dit is de realiteit waarmee ik vandaag geconfronteerd wordt. En uiteraard de meerderheid van de landbouwers in dit gebied.»
Wetenschappelijke verklaring
In het Zuiden van Benin is er sinds een aantal jaren een tendens dat het « kleine regenseizoen » van maart-april-mei afneemt, terwijl tijdens het « grote regenseizoen » in augustus tot oktober de intensiteit van de neerslag gevoelig toeneemt. Mr. Fangninou spreekt hier in zijn getuigenis over het « kleine regenseizoen ».
In hun technisch document VI Klimaat en Water schrijven de wetenschappers van het IPCC in hun voorspellingen voor de landbouw van gewassen: « Nochtans zullen in de regio’s met lage breedtegraad matige temperatuursstijgingen (1-2°C) waarschijnlijk leiden tot negatieve impact op het rendement van de belangrijkste graangewassen. »
« Is likely to » of « waarschijnlijk » betekent in dit rapport een kans van meer dan 66%.
Voor boeren die aan regenafhankelijke landbouw doen, heeft de onregelmatigheid in de regenseizoenen grote gevolgen. En indien een regenseizoen helemaal uitblijft, is dit nefast.
Getuigenissen 11.11.11-partner in Peru
_____________________________________________________________________________________
Ver van de onderhandeling in Durban, rukt de woestijn in Mali verder op naar het zuiden
Voor de Malinese landbouwer Modibo Keita is het duidelijk wie verantwoordelijk is voor deze tragedie. Een fenomeen van zulke omvang kan enkel aan “God” toegeschreven worden. Gedurende meer dan 2 maanden is er geen enkele druppel regen gevallen.
Alle gierstvelden in het zuiden van Mali staan droog. Maar wat deze vrome gelovige uit het dorpje Berenimba als een gril van Allah aanziet, is voor experten duidelijk een gevolg van veranderingen in het klimaat.
In Durban, Zuid-Afrika hadden de verzamelde politici en wetenschappers van de 17e VN-klimaatconferentie het moeilijk om een antwoord te formuleren op de dreigende klimaatverandering.
Voor Malinese landbouwers als Modibo Keita was deze conferentie reeds een maat voor niets.
Tijdens het passeren van zijn velden, wendt deze 37-jarige boer zijn blik af. Hij verdraagt de aanblik van zijn verdorde planten niet meer.
“Normaal gezien staan mijn planten nu mooi groen, met volle en zware aren. Nu daarentegen, staat alles verdroogd. Tijdens goede jaren kan ik tot 8 ton oogsten. Dit jaar zal ik met moeite 2 ton halen. Ik weet nu al dat we het komende jaar honger zullen lijden.”
Deze vader van 6 zegt luidop wat vele humanitaire organisaties in Mali (nog) niet durven uitspreken.
Famoury Jean Kamissoko, klimaatexpert van de NGO Stop Sahel legt uit:
“Dit jaar is het regenseizoen veel te laat gestart en te vroeg gestopt. Officieel echter, mag enkel de regering een nakende hongersnood afkondigen”.
Zijn organisatie strijdt tegen de verdere uitbreiding van de woestijn naar het zuiden. Tot nu toe met weinig succes.
“De woestijn groeit. Gedurende de laatste 20 jaar is de droge klimaatzone bijna 200 km zuidelijk opgeschoven. Dit is een effect van de klimaatverandering.”
Terwijl in Berenimba de oogst aan de planten verdort, is Balandougou, enkele kilometers verderop, een groene oase. Vier maand geleden heeft Stop Sahel hier een dammetje aangelegd, met steun van het Duitse Ministerie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling.
Voor Ladji Coulibaly, lid van de waterraad van het dorp, is het duidelijk:
“Zonder deze dam was ons vee reeds lang gestorven aan deze aanhoudende droogte”.
Maar een zegen kan snel op een vloek uitdraaien, vreest de 76-jarige Kaim Daikite:
“Als de mensen in het noorden van het land vernemen dat er bij ons nog water is, zullen ze met velen naar hier willen verhuizen. Dat kan snel voor spanningen zorgen, want er is nooit genoeg water voor iedereen”.
Klimaatvluchtelingen
Vele jongeren dromen van een leven in het buitenland. Moussa Traoré is gevlucht voor de droogte, iets wat vele anderen binnenkort ook kan overkomen. “Ik ben landbouwer. Maar zonder regen, kan eigenlijk niemand meer landbouwer zijn”, stelt deze 26-jarige vast.
Momenteel werkt hij in een goudmijn, tot hij genoeg geld heeft verdiend om een boottocht naar Frankrijk of Spanje te betalen. Troaré heeft geen paspoort en spreekt geen Frans of Spaans. Toch is hij er van overtuigd dat hij het in Europe beter zal hebben.
Morissimo Diallo, een jong meisje van 15, wil Mali ook ontvluchten.
“Het heeft amper geregend dit jaar, waardoor mijn ouders niet meer over de middelen beschikten om mij naar school te sturen.”
En de vooruitzichten zijn niet goed. Jan Urhahn, een klimaatexpert van Oxfam International, waarschuwt:
“De temperaturen in Mali zullen in de toekomst waarschijnlijk blijven stijgen en de hoeveelheid neerslag zal dalen. Daardoor zou de productie van graan met 30% kunnen afnemen. Zo kan klimaatverandering de moeizame overwinningen, die de laatste decennia gemaakt zijn in de strijd tegen wereldwijde armoede, ongedaan maken.”
Vele Malinezen vinden het onrechtvaardig te moeten lijden onder een fenomeen dat zij helemaal niet mee veroorzaakt hebben. De meerderheid van de bevolking leeft van minder dan 1.2 euro per dag en het hele land stoot per jaar slechts zo’n 600.000 ton CO2 uit, minder dan 1 duizendste van de uitstoot van bv. Duitsland.
De Malinese regering heeft nochtans een ambitieus plan opgesteld om het hoofd te bieden aan de gevolgen van klimaatverandering. Maar de middelen schieten tekort. Sinds de afzetting van kolonel Mouammar Kadhafi, één van de weinige financiële donoren van Bamako, droogt de geldkraan nog verder op.
Kamissoko:
“De klimaattoppen in Kopenhagen en Cancun hebben ons teleurgesteld. Van de grote beloften, die de geïndustrialiseerde landen gemaakt hadden om de gevolgen van klimaatverandering te compenseren, komt niets in huis. Wij hopen dat het in Durban anders zal lopen.”
Naar schatting 30% van de kinderen in Mali zijn ondervoed. De Europese Commissie heeft onlangs besloten een extra 10 miljoen euro in te zetten in de strijd tegen honger in de Sahel. Volgens de EU lijden 7 miljoen mensen in Mali, Niger, Tsjaad, Mauritanië, Nigeria en Burkina Faso momenteel honger ten gevolge van de mislukte oogsten.
(Philippe Hedemann)



