Water, een mensenrecht

Sinds de internationale waterconferentie te Dublin in 1992 blijft de internationale gemeenschap (institutioneel) weigeren om de toegang tot water als een mensenrecht te erkennen, m.a.w. als een universeel, onverdeelbaar en onaantastbaar recht.
Document acties

 

Maar water is de onvervangbare basis van alle leven op aarde, en daarom moet de toegang tot water formeel erkend worden als een mensenrecht. Dit formuleerde een expertencommissie binnen de VN eind 2002 als volgt:

“Water is een beperkte natuurlijke rijkdom en een publiek goed, fundamenteel voor leven en gezondheid. Het mensenrecht op water is essentieel om een leven in menselijke waardigheid te kunnen leiden. Het is een voorwaarde voor de realisatie van andere mensenrechten.
Het mensenrecht op water geeft iedereen recht op voldoende, veilig, aanvaardbaar, fysisch bereikbaar en betaalbaar water voor persoonlijk en huishoudelijk gebruik. Een adequate hoeveelheid veilig water is noodzakelijk om sterfte door uitdroging te voorkomen en de kans op watergerelateerde ziekten te verkleinen, om te verbruiken, te koken en om in persoonlijke en huishoudelijke hygiënische behoeften te voorzien.
De beschikbaarheid van water moet niet eng geïnterpreteerd worden, met enkel referenties naar volumetrische hoeveelheden en technologieën. Water moet behandeld worden als een sociaal en cultureel goed en niet in de eerste plaats als een economisch goed. De manier waarop het recht op water gerealiseerd wordt, moet duurzaam zijn, zodat het recht op water kan gelden voor de huidige en de toekomende generaties.”

(UN, 2002, Economic and Social Council, Committee on Economic, Social and Cultural Rights, The right to water (Articles 11 and 12 of the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights, General Comment No 15 (2002) E/C.12/2002/11).

In België is er intussen een consensus over het feit dat de toegang tot water het best verzekerd wordt door water als een gemeenschappelijk goed te beschouwen, in handen van de overheid. De waterresolutie “toegang tot water voor iedereen”, goedgekeurd op 14 april 2005 door de voltallige vergadering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, is daar het beste bewijs van. Na een campagne van 11.11.11, de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, ondersteunden ook de Vlaamse gemeenten (60%) en provincies (80%) deze resolutie.

“Het recht op water voor iedereen” werd in de slotverklaring van het Wereldwaterforum in Mexico in maart 2006 niet opgenomen in de verklaring van de ministers. Dit was enerzijds te wijten aan de principieel afwijzende houding van de VS, en anderzijds aan een aantal ontwikkelingslanden die watervoorziening niet als wettelijke verplichting in hun land willen, omdat ze het, wegens gebrek aan middelen, in de praktijk toch niet kunnen waarmaken (vb. Zuid-Afrika). Maar de algemene teneur van het Wereldwaterforum was wel dat “water een recht is voor iedereen”. Dit werd nu zelfs verklaard door de wateractoren uit de privé-sector.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Duitsland en Spanje duwen het hardst om water als mensenrecht te laten erkennen (11 oktober 2007)

In november 2006 stimuleerden Duitsland en Spanje de nieuw in het leven geroepen Raad voor mensenrechten om de OHCHR ( het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten) een begrijpbare studie te laten maken rond het erkennen van drinkwater als mensenrecht.

De hoge commissaris heeft zijn rapport voorgelegd aan de Algemene Vergadering van de VN op 13 augustus 2007. Hoewel de commissaris pleit dat de VN “haar overwegingen om drinkwater en sanitatie als mensenrecht te erkennen verder moet zetten”, vermeldt hij ook een aantal vaak juridische punten die nog verder uitgezocht moeten worden, maar roept hij vooral de lidstaten ook op om het gebrek aan aandacht op internationaal niveau voor dit onderwerp om te buigen.

Tijdens een “side-event” van de VN Raad voor Mensenrechten in Genève op 14 september 2007 engageerden Duitsland en Spanje zich verder om daar iets aan te doen en om de erkenning van drinkwater en sanitatie als mensenrecht te bespoedigen. Ze roepen andere landen op om de nodige aandacht te geven aan het rapport, en om eveneens hard te lobbyen zodat bij de volgende vergadering van de Raad in maart 2008 besloten wordt om een speciale procedure op te starten om “drinkwater en sanitatie” definitief als mensenrecht te laten erkennen.

Volgens de woordvoerder van de Duitse regering, Dr. Uschi Eid, moet men, als men in deze materie “water” vernoemt, er altijd “sanitatie” bij denken. De voorziening van zuiver drinkwater kan niet los gezien worden van het goed afvoeren en behandelen van afvalwater en excreta voor het verbeteren van de algemene hygiëne.
Vuil water en onvoldoende hygiëne en sanitaire voorzieningen zijn de oorzaak van 80% van de ziektes in de derde wereld, en zorgen voor veel meer sterfgevallen dan aids.
2008 werd door de Algemene Vergadering van VN dan ook uitgeroepen tot het “Internationale jaar van sanitatie”.

Terug

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Recht op water en sanitaire voorzieningen: een stap verder dan de millenniumdoelstellingen (11 maart 2010)

Het mensenrecht op water en sanitaire voorzieningen gaat verder dan de ambities van de millenniumdoelstellingen en streeft universele geldingskracht na, met een focus op de meest achtergestelde bevolkingsgroepen. Volgens Catarina de Albuquerque, onafhankelijk experte bij de VN, omvat dit recht niet enkel de duurzame toegang tot water maar ook de betaalbaarheid, toegankelijkheid, aanvaardbaarheid en kwaliteit van een voldoende hoeveelheid water voor persoonlijk en huishoudelijk gebruik. Terwijl 20 liter veilig drinkwater beschouwd wordt als het minimum om te overleven, is 50 tot 100 liter nodig om de volledige realisatie van dit recht te kunnen garanderen.

Catarina de Albuquerque begon in november 2008 als onafhankelijk experte aan een driejarige onderzoeksopdracht over de relatie tussen mensenrechtenverplichtingen enerzijds en veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen (hierna sanitatie genoemd) anderzijds. Naast het verschaffen van beleidsadvies aan de VN werkt ze ook aan een handboek met good practices omtrent water en sanitatie.

Welke rechten bestaan er?

Het bestaan van een ‘recht op water’ wordt algemeen erkend, aangezien zonder dit recht heel wat expliciete mensenrechten niet gegarandeerd kunnen worden.
Het VN-comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten stelde in 2002: ‘het mensenrecht op water is essentieel om een leven in menselijke waardigheid te leiden. Het is een voorwaarde voor de realisatie van andere mensenrechten.’
In 2007 stelde de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens dat het recht op water impliciet vervat zit in het recht op leven en het recht op gezondheid en dat dit recht expliciet vermeld wordt in verschillende VN-verdragen. De Hoge Commissaris concludeerde hieruit dat er zoiets bestaat als een mensenrecht op gelijke en niet-discriminatoire toegang tot een adequate hoeveelheid drinkwater voor persoonlijk en huishoudelijk gebruik.

Bovendien pleiten Nederland, Duitsland, Spanje en Zwitserland actief voor formele internationale erkenning van het recht op water en sanitatie. Zij hebben zich aangesloten bij een wereldwijde beweging, opgestart door NGO’s zoals WaterAid, COHRE en Green Cross International.
De VN-raad voor de Rechten van de Mens overweegt een voorstel om het recht op sanitatie op te nemen als een expliciete component van het recht op een waardige levensstandaard.

Wat levert dit op?

Albuquerque sprak in november 2009 op het Nederlandse ministerie voor buitenlandse zaken met specialisten uit de water- en mensenrechtensector. Ze bekent dat heel wat van deze specialisten haar de vraag stelden wat een mensenrechtenbenadering concreet kan opleveren. In haar antwoord stelt ze dat de mensenrechten op zich geen wondermiddel zijn, maar dat de essentie gelegen is in de implementatie ervan. Mensenrechten zorgen wel degelijk voor een wettelijk kader waarbinnen rechten en plichten worden gedefinieerd. Ze maken de weg vrij voor een  niet-discriminatoire dienstverlening die rekening houdt met mensen in armoede. Ze vormen passieve ontvangers van diensten om tot actieve individuen die verandering kunnen bewerkstelligen. Kortom, toegang tot water en sanitaire voorzieningen wordt niet langer een zaak van liefdadigheid of welvaart maar een afdwingbaar recht.

“Gefrustreerd zijn is een deel van mijn job”

Catarina de Albuquerque reisde naar Egypte, Costa Rica en Bangladesh om met eigen ogen te aanschouwen wat het recht op water en sanitatie in de praktijk betekent. Zulke bezoeken creëren uiteraard hoge verwachtingen in de gastlanden. Maar zij heeft noch de tijd noch de middelen – ze heeft slechts één assistent – om aan die verwachtingen tegemoet te komen. “Het is een deel van mijn job om gefrustreerd te zijn”, zegt ze hierover. Omdat ze zich bewust is van het belang van partners om aanbevelingen op te volgen en om regeringen op hun verantwoordelijkheid te wijzen, zet ze in die landen de civil society aan om toezicht te houden op de naleving van deze mensenrechten.

Haar VN-status geeft Mevrouw Albuquerque toegang tot hooggeplaatste regeringsfunctionarissen. Tijdens haar bezoeken is ze is niet te beroerd om hen te wijzen op wantoestanden én om verwezenlijkingen te erkennen. Op een persconferentie in Bangladesh prees ze het land voor innovatie inzake sanitaire voorzieningen en voor zijn gemeenschapsgerichte aanpak. Maar ze wees ook op de discriminatie van straatvegers en kadaverruimers, die geen toegang hebben tot het onderwijs en onvoldoende toegang tot water en sanitatie in hun eigen huizen. Ze vroeg bovendien aandacht voor het groot aantal mensen dat de gevolgen draagt van de vergiftiging van het drinkwater met arseen.

De rol van de staat

Is de staat verplicht tot rechtstreekse dienstverlening en zouden water en sanitaire voorzieningen gratis moeten zijn? Op beide vragen antwoordt Albuquerque negatief. ‘De kerntaak van de staat is om te voorzien in regulering en supervisie. Enkel in het geval van extreme armoede of natuurrampen moet de staat op het voorplan treden. Staten moeten garanderen dat diensten beschikbaar zijn, niet dat ze gratis zijn. Zij die daartoe de middelen hebben, moeten financieel of in natura bijdragen. Een wereldwijde implementatie is niet voor morgen, maar elke staat moet tonen dat hij alles doet wat in zijn mogelijkheden ligt om dit doel te bereiken.’

Focus op sanitatie, privatisering en klimaatverandering

Albuquerque focust gedurende haar aanstelling als experte jaarlijks op een ander specifiek thema. In 2009 was dit sanitatie. Dit jaar kiest ze voor het thema ‘privatisering’. Daarnaast rondde ze een paper af over klimaatverandering.
Na raadpleging van specialisten en bevolking bezorgde Albuquerque een aanbeveling aan de VN-raad voor de Rechten van de Mens om het recht op sanitatie op te nemen als een expliciete component van het recht op een behoorlijke levensstandaard.

Bron: IRC International Water and Sanitation Centre
www.irc.nl/page/51931

Terug

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

De Europese Unie steunt voortaan het recht op water (22 maart 2010)

Door Henri SMETS, Lid van de ‘Académie de l’Eau’
Terwijl de Commissie tot dusver zorgvuldig vermeden heeft enige daadkracht te vertonen rond het ‘recht op water’, kondigde de Europese Raad in een officiële Verklaring van 22 maart 2010 aan dat de 27 Lidstaten van de Europese Unie het recht op water en sanitatie erkennen, zonder zich evenwel expliciet uit te drukken. Deze onopgemerkte Verklaring is echter zo belangrijk dat 14 andere Europese staten zich hier ook willen bij aansluiten.
Concreet herhaalt de Europese Unie dat “alle Staten plichten hebben op het gebied van mensenrechten met betrekking tot de toegang tot drinkwater en sanitatie” en is van mening dat deze “even nauw verbonden zijn met de rechten van de mens als het recht op huisvesting, voedsel en gezondheid”. Deze stelling is zeer belangrijk omdat het recht op huisvesting, voedsel en gezondheid ingeschreven staat in het internationale Pact over economische, sociale en culturele rechten, een conventie die aangenomen werd in 1966 en in 160 Staten van kracht is.
De EU verklaart vervolgens: “Niet alleen is de toegang tot drinkwater verbonden met de rechten van de mens, maar maakt dit ook integraal deel uit van het recht op een voldoende hoge levensstandaard en is dus nauw verbonden met de menselijke waardigheid.” En dit ‘recht op een waardig leven’ staat ook ingeschreven in het internationale Pact over economische, sociale en culturele rechten.

Richtlijnen nodig

Nooit tevoren erkenden de Lidstaten van de EU collectief dat het recht op water deel uitmaakt van de economische en sociale rechten van de mens en dat men daarom moet streven naar een actieve toepassing van dit recht. Dat toegang tot water voortaan een formeel recht is en dus meer dan een eenvoudige behoefte, houdt voor de Staten verplichtingen in. Het volstaat deze Verklaring te onderschrijven en vervolgens actief naar resultaten te streven. De volgende punten illustreren het belang van de Verklaring:

  1. de EU heeft voortaan een gemeenschappelijk standpunt over dit onderwerp en kan dus eensgezind optreden als er vragen gesteld worden op de Algemene Vergadering van de VN of op de Mensenrechtenraad;
  2. niet alleen verdedigt de EU het recht op water, maar verbindt ze ook het recht op sanitatie hiermee;
  3. het erkennen van verplichtingen op het gebied van toegang tot water en sanitatie door de EU zou op termijn moeten leiden tot het voorbereiden van een richtlijn betreffende dit onderwerp om het toepassingsgebied van de verplichtingen vast te leggen en een concrete inhoud te verlenen aan dit recht dat van algemeen en groot belang (openbare dienstverlening) is voor de burgers van de EU.

Concreet wil de Europese Unie dat drinkwater “een schappelijke prijs en een aanvaardbare kwaliteit heeft”. Dit soort eisen houden in dat men specifieke maatregelen moet nemen die bij voorkeur door een richtlijn bepaald worden, zoals gebeurde voor telecommunicatie.

190 staten bepleiten erkenning recht op water

Deze EU-Verklaring is ook van groot belang op mondiaal vlak. Tot nu waren de belangrijkste verdedigers of voorvechters van het recht op water, de ontwikkelingslanden. Meer dan 139 ontwikkelingslanden pleitten voor het recht op water en sanitatie tijdens diverse regionale conferenties of conventies. Sinds maart 2010 worden zij hierin bijgestaan door de geïndustrialiseerde landen. In totaal drukten 190 Staten zich de laatse jaren uit ten voordele van het recht op water. Het moment nadert waarop deze groeiende groep van Staten zijn stem laat horen en uitroept dat het recht op water en sanitatie een recht is voor iedereen, mannen, vrouwen en kinderen. Er zal zonder twijfel tegenstand zijn want de Verenigde Staten en Canada blokkeren nog steeds elke vooruitgang in dit domein.
Met deze langverwachte erkenning worden de Staten aangemoedigd om wetten te stemmen en reglementering uit te schrijven rond het recht op water en sanitatie. Frankrijk schreef zo, in 2006, het recht op water in haar interne politiek (LEMA) in, maar het is wachten op de concrete uitvoering. De Franse overheid heeft echter begrepen waar het op staat en steunt verschillende projecten en wetsvoorstellen van het Parlement om toegang tot water aan een schappelijke prijs mogelijk te maken. De moeilijkheid zal erin bestaan de noodzakelijke financiering te vinden opdat zij die toegang hebben tot water solidair zijn met degenen die dat niet hebben. Water voor allen wordt beetje bij beetje een onomkeerbare realiteit, zoals ook de school of de televisie dat is. Een solidaire maatschappij heeft de plicht elk van zijn leden toegang te verschaffen tot noodzakelijke goederen en diensten. Toegang tot drinkwater mag dan ook aan niemand ontzegd worden.

Bron: http://eaudanslaville.fr/spip.php?article795

Terug

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

VN-Resolutie 'Recht op drinkbaar water', een stap vooruit (28 juli 2010)

De Algemene Vergadering van de VN keurde op 28 juli 2010 een resolutie goed die het recht op veilig en schoon water en op sanitaire voorzieningen als een mensenrecht erkent. Hoewel de resolutie niet bindend is, heeft ze toch een grote politieke betekenis. Het soms heftige debat over het recht op water woedt immers al meer dan 15 jaar binnen de internationale gemeenschap en voor het eerst stemde niemand tegen een ingediende resolutie om drinkwater en basissanitair als een mensenrecht te beschouwen.

Vandaag hebben nog steeds 900 miljoen mensen geen veilig drinkwater in hun nabijheid, en leven er 2,6 miljard mensen zonder fatsoenlijke sanitaire infrastructuur. Watergebonden ziektes zoals diarree kosten jaarlijks het leven aan meer dan 3 miljoen mensen, voor het grootste deel kinderen jonger dan 5 jaar. Die ziektes zorgen er ook voor dat kinderen niet naar school kunnen.

De Millenniumdoelstelling (MDG) om het aantal mensen dat geen toegang heeft tot drinkbaar water tegen 2015 te halveren, zou gehaald kunnen worden. Wel blijven er grote regionale verschillen; zo is de situatie voor Sub-saharaan Afrika allesbehalve rooskleurig.
Voor de MDG met betrekking tot sanitaire voorzieningen ziet het er slechter uit. Deze MDG streeft eveneens naar een halvering van het aantal mensen zonder sanitaire basisvoorzieningen, maar zou aan het huidige tempo voor 1 miljard mensen gemist worden.

122 landen vóór

De VN-resolutie werd ingediend door Bolivia met Yemen als medesponsor, en kreeg de steun van 122 landen waaronder China, Rusland, Egypte, Frankrijk, Spanje, Duitsland en België.
Er waren geen tegenstemmen.
41 landen, waaronder de Verenigde Staten, Canada, Turkije, Israël, Groot-Brittannië en Nederland, onthielden zich van de stemming.

Veel van de zich onthoudende landen argumenteren dat deze resolutie het voorbereidende werk binnen de VN-Mensenrechtenraad in Genève ondermijnt. Daar werkt de VN-experte Catarina de Albuquerque aan een rapport over water en sanitaire voorzieningen. Dit rapport wordt in 2011 verwacht en zal de basis moeten vormen om tot een bindende beslissing omtrent het recht op water te komen.
Ook wijzen verschillende landen er op dat de tekst van de resolutie te vaag is, dat de resolutie onvoldoende verantwoordelijkheid bij de nationale overheden legt en dat er (nog) geen internationale wetgeving bestaat die dit recht op water ondersteunt. 

Duitsland – binnen de EU samen met Spanje één van de grote voorvechters van het recht op water - steunde de resolutie, maar had een krachtiger boodschap verwacht die de landen op hun verantwoordelijkheid wijst om de mensenrechten voor àl hun inwoners waar te maken. Duitsland riep de landen ook op om actief mee te werken aan de ontwikkelingen binnen de VN-Mensenrechtenraad.
België stemde eveneens vóór, maar betreurde zoals vele landen dat geen consensus kon worden bereikt, zodat men tot een stemming moest overgaan. Ook het feit dat de suggesties vanuit de Europese Unie niet waren opgenomen in de tekst werd betreurd. In maart 2010 erkenden de 27 EU-lidstaten impliciet het recht op water.

Hoewel ze niet bindend is, betekent de aangenomen resolutie toch een krachtige aansporing voor de internationale gemeenschap. Ontwikkelde landen en internationale organisaties zouden (meer) financiële en technologische bijstand moeten verlenen aan ontwikkelingslanden, zodat deze hun inspanningen kunnen verhogen om de toegang tot drinkbaar water en sanitaire basisvoorzieningen te verzekeren.

Bij het debat rond het recht op water spelen ook verborgen agenda’s een rol …  Zo zijn er enkele rijke landen die overwegen om hun watervoorraden als een basisgrondstof tegen betaling aan te bieden, wat binnen een context van water als mensenrecht natuurlijk vrij contradictoir is. Andere landen vrezen dan weer de reacties van hun eigen bevolking die de overheden op hun plichten kan wijzen.

PROTOS pleit al sinds zijn ontstaan bij de Belgische overheden voor de erkenning van drinkwater als mensenrecht. Alhoewel iedereen in België over drinkwater beschikt, zou het niet misstaan om dit basisrecht in de grondwet op te nemen. België zou hiermee een goed voorbeeld zijn voor andere landen.

Meer info: http://www.un.org/News/Press/docs/2010/ga10967.doc.htm

Terug

« mei 2013 »
mei
MaDiWoDoVrZaZo
12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031

11_be.png-en

 

2015.jpg

 

logo111111RGB.jpg

 

cncd_web200x69037f8.gif